Op de pijnbank

Eindelijk. We hebben een bank. Weet je, gewoon zo één om op te zitten. Hij is van rotan, met fijne kussens erin. Van hetzelfde stofje als de keukenstoelen en de poefs (hier zeggen ze poeffoes, zo grappig). We gingen naar de Ikea, kozen er één uit en namen hem mee naar huis. Maar niet heus. Want dat gaat hier even anders.

Toen we in december aankwamen, zijn we vrijwel gelijk op zoek gegaan naar een huis want dat zou wel even gaan duren. Weet je wat, zeiden we tegen elkaar, laten we ook alvast achter meubels aan, want dat duurt ook een tijdje. En heus waar, daar was geen woord van gelogen.

Het was begin januari toen we naar de bankenmaker gingen. Overal heb je mannetjes voor aan de kant van de weg en de lokale economie willen we natuurlijk steunen en de alternatieven zijn behoorlijk duurder. Via via kregen we de naam door van Vieux Kamerat want die zou heel goed zijn. We stapten in de taxi, reden naar de aangewezen plaats en gingen op zoek. Maar nu moet je weten dat er heel veel van die mannetjes naast elkaar zitten. Allemaal met mooie rotan of bamboe bankjes, zoiets als je tuinset. Maar wie is Vieux? We vroegen de eerste de beste.

Ja, die kent hij wel én hij maakt ook banken voor hem. Ja, dat kan hij fantastisch. Mijn onderbuikgevoel spreekt twijfelend, maar als blanke onwetende gun je hem toch het voordeel van de twijfel. We leggen uit wat we zoeken en hij komt met een vergeeld fotoboekje vol sepiakleurige afdrukjes van allerlei bankstellen. Die heeft hij allemaal gemaakt. (Later blijkt dat iedereen zo’n fotoboekje met exact dezelfde plaatjes heeft.) Na een half uur praten (want: relaties, taalbarrière, ongeletterdheid), is het min of meer duidelijk.

En dan ga je discussiëren over de prijs. 60.000. Nee, te duur. 20.000 dan. Te goedkoop. Heen en weer vliegen de prijzen door de lucht, tot we een compromis bereiken. D’accord! Opgelucht, moe, zweterig en bestoft stappen we in de levensgevaarlijke, van draadjes aan elkaar hangende taxi (valt wel mee hoor) en komen na 10 minuten thuis aan. Eerst bijkomen.

Dinsdag gaan we langs. Hij is net begonnen, maar vol van de belofte dat het morgen af is, keren we weer huiswaarts. Morgen keren we weer terug. Nog niet af, maar morgen wel hoor! Ons vertrouwen slinkt. Maar: morgen keren we weer terug. Elke keer met de taxi, dan door het stof, het zand, de hitte, het zweet. Nog niet af, maar vrijdag wel. We zeggen dat we volgende week terugkomen en dan moet hij af zijn. Er is meer te doen dan achter banken aanzitten weet je.

Het verhaal sleept zich voort. De donderdag voor onze reis naar Burkina (inmiddels 2 weken verder) is de bank nóg niet klaar. Inmiddels ontdekken we dat boos worden in sommige gevallen geoorloofd is, want hij zet de relatie immers ook op het spel. Hij lijkt danig onder de indruk en belooft het de volgende dag af te hebben, net op tijd voor ons vertrek. Helaas, ook dan is het nog niet klaar, maar morgen lukt het echt. Maar nee, dat is te laat, want komende twee weken zijn we er niet. Hij gaat speciaal mee naar het huis om te zien waar hij het kan bezorgen, zodat het tijdens onze afwezigheid thuis bezorgd wordt. Hij belooft zelfs een cadeau erbij voor madame.

We hebben twee weken rust in Burkina. Even uitpuffen van alle huisperikelen. Zaterdag bij terugkomst blijkt dat de bank niet geleverd is. Taxi, stof, zweten, zand, uitlaatgassen zonder filter en daar komen we aan. In de volle 2 weken dat we weg waren is er helemaal niets aan gedaan. Nog een boze bui en die middag is hij klaar. Echter, bepaald niet zoals gevraagd. We hadden om een mooie blank gelakte bank gevraagd, maar tot onze schrik heeft de bank een vieze roestbruinige kleur gekregen, althans, om het over de zeer slordige manier van verven maar niet te hebben. Zelfs voor de norm hier heeft hij het bar gemaakt. En dat onze kussens (m’n mooie stof!) vastplakken in de nog natte lak/verf is ook geen plus.

Dat doet de deur dicht. Dit nemen we niet. Laat maar zitten! Hij probeert het goed te maken door het voorschot terug te willen geven. Hij wil ons niet boos maken, want je komt niet zomaar naar M. Jullie zijn hier om te helpen! Maar naar ons geld kunnen we fluiten. Vergeet het. Dat is op. Want mensen hebben altijd geld nodig en dat begrijp ik wel. Slechte gezondheid, slechte gebitten, grote families, weinig inkomen. Heus, ik begrijp het.

Maar dat geeft ons nog geen bank. We verhuizen naar de overkant. Daar zitten meer mannetjes. Een veelbelovende jongeman komt op ons af. M’n onderbuikgevoel is gerustgesteld. Na lang praten (relaties, taalbarrière, ongeletterdheid) is duidelijk wat we willen, en na het bewuste fotoboekje gezien te hebben, is het tijd om te discussiëren over de prijs. De ondergrens voor hem is echter meer dan het dubbele wat de vorige vroeg. Zelfs als hij heel wat beter werk levert is dat wel heel gortig. Dan wijst hij op een stuk of 10 stoelen en zegt blij ‘ik heb een order voor 30 stoelen, dus werk genoeg, dus lager ga ik niet met mijn prijs’. De strekking is duidelijk, of er volgende week werk is, dat zien we dan wel weer, er is nu ruim voldoende dus alleen voor de hoofdprijs wil hij voor ons aan de slag.

Zucht. We besluiten er nog één te bezoeken en dan maar huiswaarts te keren. De batterij raakt leeg. Onze laatste hoop voor die dag blijkt: Vieux Kamerat. Gevonden! Na uitleggen (fotoboekje, relaties, taalbarrière, ongeletterdheid) komen we overeen tot een schappelijke prijs. Na een ferme handdruk en de belofte dat het dinsdag klaar is, keren we huiswaarts. We kunnen het niet geloven. Zou er dan toch een bank komen?

Maandag gaat de telefoon. Het is Vieux: zijn baas gaat niet akkoord met de prijs. Er moet 50% bij op. Ik vertel hem dat we dat niet gaan doen, morgen halen we het voorschot wel op. Dat is prima. Hij is een redelijke man.

De volgende dag is hij er niet. We bellen hem op. Hij is thuis en heeft geen zin om te komen, maar morgen is hij er. Morgen belt hij zelf al waar we blijven. We nemen weer de taxi en komen aan. Hij komt ons tegemoet en is vol berouw en vraagt om vergeving. Hij wil zijn klanten eerlijk behandelen, zowaar zijn naam Vieux is. Hij heeft tegen zijn baas gezegd dat hij dit met ons heeft afgesproken en zich aan zijn woord houdt. Yes! Dinsdag (volgende week) is de bank klaar. Opgelucht stappen we de taxi en rijden weg.

Vandaag is het donderdag in de volgende week. Vanmorgen belde hij op: de bank is klaar. We stappen in de taxi, komen eraan en wat zijn we opgelucht als het ook precies is zoals we graag willen! We prijzen hem de lucht in, betalen en hij zal voor de bezorging zorgen.

Ik ben thuis en wacht op de levering. Dan kunnen we eindelijk neerploffen. Eindelijk, op onze bank. Even de kussens pakken die al klaar waren, en dan… Schrik, de kussens zijn veel groter dan de bank. Blijkt dat de diepte van de bank 56 centimeter is in plaats van 65. Dat krijg je met laaggeletterdheid. Zucht, hoe gaan we dit oplossen. Eerst maar even uitpuffen op onze bank met te grote kussens…

IMG_3418

 

Een gedachte over “Op de pijnbank

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s